Loslaten is geen werkwoord

loslaten

Soms kom je een tekst tegen die je raakt als een pijl, recht in het hart, maar zonder je te verwonden. Geen bloedvlek die zich uitbreidt, maar een gevoel van warmte dat zich aan je openbaart. Noem het gerust liefde.

Onderstaande tekst trof ik vandaag op Facebook aan. Tussen alle onzintestjes, reclameboodschappen en zichzelf fotograferende vrienden, vond ik deze schoonheid van Eric van Zuydam:

 

Staak je pogingen maar om dingen los te laten.
Je hoeft helemaal niets los te laten.
Loslaten kun je niet ‘doen’, onmogelijk!
Hoe meer je iets probeert los te laten,
hoe mee je eraan vast komt te zitten.
Maar als je bereid bent de dingen die je
graag los zou willen laten totaal te ervaren,
dan zullen ze jou loslaten.

Hoe raak, hoe enorm treffend wordt hier verwoord wat ik al zo vaak dacht en voelde. Loslaten is net zo’n mythe als “iets een plekje geven.” Een uitdrukking die bij mij altijd het beeld oproept van een lade waar je iets instopt om hem daarna nooit meer open te doen. Sleutel omdraaien en weggooien. Dat zou dan rust moeten geven.

Mijn ervaring is een heel andere: dat wat ik niet langer wil zien of voelen groeit in mijn wegkijken tot soms extreme proporties. Ik krijg klachten, word nerveus en prikkelbaar. Het niet willen zien en voelen put mij uit. En dus doe ik tegenwoordig als de stormpinguïns. Bij een naderende golf en heftige branding deinzen die niet terug om zichzelf te beschermen. Welnee, ze keren zich naar de golf toe, gaan stevig met twee poten op de grond staan, bukken zich met de kop voorover en blijven juist daardoor rechtop staan.

Het áángaan, dat is mijn opdracht in het leven. En daarin wil ik anderen graag bijstaan.